RWA-installatie: wat rook- en warmteafvoer vraagt van uw ventilatie
Bij een RWA-installatie gaat het niet om comfort maar om de tijd die mensen hebben om een gebouw te verlaten. Rook is bij brand eerder dodelijk dan vuur, en een systeem dat rook en warmte afvoert houdt vluchtwegen langer bruikbaar en geeft de brandweer zicht. Dat stelt eisen die in een gewoon ventilatieontwerp niet voorkomen: aan de ventilator, maar net zo goed aan de voeding, de besturing en de compartimentering. Dit artikel zet die eisen op een rij, en de fouten die er in de praktijk het vaakst worden gemaakt.
Wat een RWA-installatie moet doen
Rook- en warmteafvoer heeft twee doelen die elkaar versterken. Het eerste is een rookvrije laag in stand houden boven de vloer, zodat vluchtroutes begaanbaar blijven. Het tweede is warmte afvoeren, zodat de bouwconstructie minder zwaar wordt belast en de brandweer het pand binnen kan. In parkeergarages, atria, trappenhuizen, bedrijfshallen en tunnels is dat de reden dat er überhaupt een installatie ligt. De eisen aan vluchtroutes en rookvrije lagen staan in het Bouwbesluit, na te lezen op iplo.nl.
Dat doel maakt één verschil met gewone ventilatie fundamenteel: het systeem moet werken op het moment dat de rest van het gebouw uitvalt. Een ventilator die keurig 250 graden aankan maar bij brand geen spanning meer krijgt, voert niets af. De installatie is daarmee altijd een keten, en de zwakste schakel bepaalt de prestatie.
De ventilator: temperatuurklasse en tijdsduur
Een RWA-ventilator wordt niet alleen op debiet geselecteerd, maar ook getest op het functioneren bij een bepaalde rookgastemperatuur gedurende een voorgeschreven tijd. Die combinatie is de kernspecificatie: een toestel dat het bij 300 graden een half uur volhoudt, is een ander product dan een toestel dat 400 graden twee uur moet halen. Neem die eis dus uit het brandveiligheidsconcept van het gebouw over en bepaal hem niet zelf. De testmethodiek achter deze classificatie is vastgelegd door NEN.
Lucht & Ventilatie levert deze uitvoeringen als HT-varianten van het eigen programma: de LV-ROOF CH HT en LV-ROOF AH HT als dakopstelling, de LV-BOX HT als geluidsgeïsoleerde kast en de LV-WINDER HT en LV-PRQ HT voor zwaardere toepassingen. Het volledige aanbod staat bij de RWA-ventilatoren. Gaat het om reguliere afvoer zonder brandeis, dan zijn de gewone dakventilatoren aanzienlijk voordeliger; gebruik een HT-uitvoering dus alleen waar die werkelijk nodig is.

De vier schakels die samen moeten kloppen
In de praktijk faalt een RWA-installatie zelden op de ventilator. Het gaat mis op één van de andere schakels.
| Schakel | Eis | Wat er in de praktijk misgaat |
|---|---|---|
| Ventilator | Getest op de vereiste temperatuurklasse en tijdsduur | Een uitvoering gekozen op debiet alleen, waarbij de temperatuurklasse niet aansluit op het brandveiligheidsconcept. |
| Voeding en bekabeling | Zelfde functiebehoud als de ventilator | Een HT-ventilator op gewone kabel of via een verdeler die bij brand als eerste uitvalt. |
| Besturing | Aansturing en signalering die bij brand blijven werken | Aansturing via de reguliere gebouwbeheersing, die bij brand spanningloos wordt gemaakt. |
| Compartimentering | Kanaaldoorvoeringen brandwerend afgesloten | Ontbrekende of verkeerd ingebouwde kleppen, waardoor het kanaal de scheiding doorbreekt. |
Die laatste schakel wordt het vaakst onderschat. Een kanaal dat door een brandwerende scheiding loopt, maakt de scheiding ongedaan tenzij er een klep in zit die op tijd sluit. Bij Lucht & Ventilatie vindt u die als brandkleppen, rond en rechthoekig, handbediend of met veerteruggangmotor. De uitvoering met motor is op afstand te testen, wat bij een installatie die jarenlang stil staat een aanzienlijk voordeel is. De normering erachter staat in onze uitleg over de NEN 6075.

Gecombineerd of apart: een keuze met gevolgen
Er zijn twee routes. In een gecombineerd systeem ventileert dezelfde ventilator dagelijks en schakelt hij bij brand op hoog toerental. Dat is efficiënt met ruimte en investering, en het heeft een praktisch voordeel: het toestel draait elke dag, dus u merkt het direct als er iets stuk is. Het vraagt wel een besturing die twee bedrijfstoestanden kent, en de ventilator moet in beide standen op een verantwoord werkpunt draaien.
In een apart systeem staat de RWA-ventilator stil tot er brand is. De dagelijkse ventilatie is dan vrij te ontwerpen, maar u heeft een installatie die jarenlang niets doet. Zonder periodieke test weet niemand of hij het nog doet, en juist bij stilstand zijn vastgelopen lagers en klemmende kleppen het gebruikelijke probleem. Leg de testfrequentie in beide gevallen schriftelijk vast bij oplevering.
Wat u vastlegt voordat u selecteert
Een RWA-selectie begint niet bij de catalogus maar bij het brandveiligheidsconcept van het gebouw. Daaruit volgen het benodigde debiet, de temperatuurklasse en de tijdsduur, en de vereiste hoogte van de rookvrije laag. Leg daarnaast vast waar de toevoerlucht vandaan komt: een systeem dat rook afvoert zonder dat er lucht kan toestromen, bouwt onderdruk op en haalt zijn debiet niet. Dat is een van de meest voorkomende ontwerpfouten en hij is achteraf duur te herstellen.
Bepaal verder of het systeem gecombineerd of apart wordt uitgevoerd, welke aansturing er komt en hoe het geheel getest gaat worden. Met die gegevens is de selectie eenduidig; zonder die gegevens is elke keuze een aanname.
Veelgestelde vragen
Wat betekent RWA precies?
RWA staat voor rook- en warmteafvoer. Het gaat om installaties die bij brand rook en warmte uit een gebouw verwijderen, met als doel vluchtwegen begaanbaar te houden, de constructie minder te belasten en de brandweer zicht en aanvalsmogelijkheden te geven. Een RWA-installatie kan mechanisch werken met ventilatoren, of natuurlijk via dakluiken en schachten.
Kan een gewone dakventilator ook voor RWA worden gebruikt?
Nee. Een RWA-ventilator is getest op het functioneren bij een voorgeschreven rookgastemperatuur gedurende een bepaalde tijd, en dat testresultaat is de kern van het product. Een reguliere dakventilator heeft die kwalificatie niet en valt bij hoge rookgastemperatuur uit. Omgekeerd is een HT-uitvoering onnodig duur waar geen brandeis geldt.
Moet de bekabeling van een RWA-ventilator brandwerend zijn?
Ja. De ventilator kan niet functioneren zonder spanning, dus voeding, bekabeling en besturing moeten hetzelfde functiebehoud halen als de ventilator zelf. Een HT-ventilator op reguliere bekabeling is een installatie die op papier voldoet en in werkelijkheid niet.
Hoe vaak moet een RWA-installatie worden getest?
Dat volgt uit het brandveiligheidsconcept en het onderhoudsplan van het gebouw. Bij een apart systeem dat normaal stilstaat, is periodiek testen essentieel omdat stilstand zelf het risico is: vastgelopen lagers en klemmende kleppen komen alleen bij een test aan het licht. Kleppen met veerteruggangmotor maken dat testen aanzienlijk eenvoudiger.
Is er ook toevoerlucht nodig bij rookafvoer?
Ja, en dit wordt regelmatig vergeten. Lucht die wordt afgevoerd moet ergens vandaan komen. Zonder voorziening voor toestroom loopt de onderdruk op en haalt het systeem het berekende debiet niet. Neem de toevoerroute daarom vanaf het begin mee in het ontwerp.
Een keten die als geheel wordt geleverd
Een RWA-installatie is geen ventilator met een certificaat, maar een keten van ventilator, voeding, besturing en compartimentering die samen moet werken op het slechtste moment. Lucht & Ventilatie kijkt verder dan een artikelnummer: geef de temperatuurklasse, de tijdsduur en het benodigde debiet uit uw brandveiligheidsconcept door, dan selecteren wij de HT-uitvoering die daaraan voldoet en leveren wij de bijbehorende brandkleppen en appendages mee, met ruim 50 jaar ervaring in de luchttechniek in huis.



