ATEX ventilator kiezen: zone, categorie en uitvoering
Een ATEX ventilator is geen gewone ventilator met een sticker. Of een uitvoering geschikt is, hangt af van de zone waarin hij komt te staan, en die zone deelt niet de leverancier in maar de gebruiker van de ruimte. Dit artikel zet op een rij wie wat bepaalt, hoe zone en categorie bij elkaar horen, welke ATEX-uitvoeringen wij leveren en welke gegevens u aanlevert, zodat een selectie in één ronde klopt.
ATEX ventilator kiezen: wie bepaalt wat
Er zijn twee Europese richtlijnen, met elk een eigen doelgroep. Richtlijn 2014/34/EU gaat over het product en richt zich op de fabrikant. Zij is van toepassing sinds 20 april 2016 en verving richtlijn 94/9/EG (bron: Europese Commissie). Richtlijn 1999/92/EG gaat over de werkplek en richt zich op de werkgever. In Nederland staat die in de artikelen 3.5a tot en met 3.5f van het Arbobesluit.
Voor de keuze van een ventilator betekent dat het volgende. De werkgever beoordeelt de explosierisico’s en legt die schriftelijk vast in een explosieveiligheidsdocument (artikel 3.5c). Daarin staat ook welke gebieden in welke zone vallen. De ventilator moet daarna bij die zone passen. Wij leveren de uitvoering, maar de zone-indeling volgt uit uw proces en uw stoffen en kunnen wij niet voor u bepalen. Meer uitleg over de plichten van de werkgever vindt u op Ondernemersplein.
Zones voor een ATEX ventilator: hoe vaak is er een explosieve atmosfeer
De zone zegt hoe vaak en hoe lang een explosieve atmosfeer aanwezig is. Voor gas, damp en nevel gelden de zones 0, 1 en 2, voor brandbaar stof de zones 20, 21 en 22. De indeling volgt bijlage I van richtlijn 1999/92/EG, waar het Arbobesluit naar verwijst.
| Gas, damp, nevel | Stof | Explosieve atmosfeer |
|---|---|---|
| Zone 0 | Zone 20 | Continu, langdurig of frequent aanwezig |
| Zone 1 | Zone 21 | Komt bij normaal bedrijf af en toe voor |
| Zone 2 | Zone 22 | Komt bij normaal bedrijf niet voor, en duurt als het toch gebeurt maar kort |
Bij stof geldt een aanvullende regel uit dezelfde bijlage: lagen, afzettingen en hopen brandbaar stof tellen mee als elke andere bron die een explosieve atmosfeer kan vormen. Neem afgezette stof dus mee bij het beoordelen van de ruimte.

Categorie en markering: wat staat er op een ATEX ventilator
Apparatuur voor niet-mijnbouwomgevingen valt in equipment-groep II en in drie categorieën. Categorie 1 biedt een zeer hoog beschermingsniveau, categorie 2 een hoog niveau en categorie 3 een normaal niveau. Het Arbobesluit koppelt die categorieën aan de zones (artikel 3.5e, onder e), tenzij het explosieveiligheidsdocument aanvullende eisen stelt:
| Zone | Toegestane categorie |
|---|---|
| Zone 0 of 20 | Categorie 1 |
| Zone 1 of 21 | Categorie 1 of 2 |
| Zone 2 of 22 | Categorie 1, 2 of 3 |
Op de ventilator staat het explosiebeveiligingssymbool, gevolgd door de equipment-groep, de categorie en de letter G (gas, damp, nevel) en/of D (stof). Zo leest u op de datasheet van de LV-ROOF CV ATEX: gas zone 1 II2G en zone 2 II3G, stof zone 21 II2D en zone 22 II3D. Een uitvoering met II3G is dus alleen geschikt voor zone 2, niet voor zone 1.
Welke ATEX ventilator wij leveren
Onze ATEX-uitvoeringen hebben een ATEX-motor met beschermingsklasse IP55. De waarden hieronder komen uit de datasheets en zijn maximale waarden; het werkpunt dat u nodig heeft, selecteren wij op aanvraag.
| Uitvoering | Type | Gas | Stof | Debiet tot | Druk tot |
|---|---|---|---|---|---|
| LV-ROOF CV ATEX | Dakventilator, centrifugaal, verticaal uitblazend | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 20.000 m³/h | 750 Pa |
| LV-ROOF CH ATEX | Dakventilator, centrifugaal, horizontaal uitblazend | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 20.000 m³/h | 750 Pa |
| LV-PLASTIC ROOF ATEX | Kunststof dakventilator | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 22.000 m³/h | 2.500 Pa |
| LV-PLASTIC DUCT ATEX | Kunststof kanaal- of dakventilator | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 25.000 m³/h | 1.500 Pa |
| LV-PLASTIC R ATEX | Kunststof centrifugaal, rechte schoepen | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 5.500 m³/h | 7.000 Pa |
| LV-PLASTIC F ATEX | Kunststof centrifugaal | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 25.000 m³/h | 5.000 Pa |
| LV-PLASTIC B ATEX | Kunststof centrifugaal | Zone 1 (II2G), zone 2 (II3G) | Zone 21 (II2D), zone 22 (II3D) | 140.000 m³/h | 6.000 Pa |
| LV-BOX BD ATEX | Boxventilator, V-snaar aangedreven | Zone 2 (II3G) | Niet vermeld | 32.000 m³/h | 550 Pa |
Twee dingen vallen op. De kunststof uitvoeringen (behuizing van PE, PP of PVC, waaier van PP, PVC of RVS) zijn bedoeld voor corrosieve lucht, waar een stalen ventilator zou worden aangetast. En de boxventilator is er alleen voor gas in zone 2. Op onze datasheets staat geen uitvoering voor zone 0 of 20 (categorie 1). Valt uw situatie in die zone, neem dan contact met ons op voordat u een type kiest.
Het volledige programma staat bij de ventilatoren; de uitvoeringen zitten verspreid over dakventilatoren, kunststof ventilatoren en boxventilatoren. Welk type past bij uw opstelling, leest u in soorten ventilatoren en kanaalventilator: werking, soorten en toepassingen.
Wat u aanlevert bij het kiezen van een ATEX ventilator
Met deze gegevens kunnen wij een uitvoering selecteren zonder heen-en-weer mailen:
- De zone en de letter G of D, zoals vastgelegd in het explosieveiligheidsdocument.
- Het medium: welk gas, welke damp of welk stof wordt afgezogen, en of de lucht corrosief is. Dat bepaalt of staal volstaat of dat u een kunststof uitvoering nodig heeft.
- Het debiet in m³/h en de systeemdruk in Pa, berekend voor het gehele traject.
- De opstelling: op het dak, in het kanaal of binnen in een box.
- De voeding: de ATEX-motoren uit de datasheets zijn er voor 230 V eenfase en voor 400 V driefase, met frequentieregeling.
Drie valkuilen bij een ATEX ventilator
1. Wachten op de leverancier voor de zone-indeling. De indeling hoort bij de werkgever en staat in het explosieveiligheidsdocument. Heeft u dat nog niet, dan is dat de eerste stap, niet de ventilatorkeuze.
2. Het kanaal vergeten. Het Arbobesluit bepaalt dat bij de beoordeling ook ruimten worden meegenomen die via openingen verbonden zijn of kunnen worden met een ruimte waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen (artikel 3.5c, derde lid). Een kanaaltraject kan zo’n verbinding vormen. Neem de doorvoeren en de uitblaaspositie dus mee in het gesprek over de zones.
3. Geen controle bij ingebruikname. Voor de eerste inbedrijfstelling en bij elke belangrijke wijziging moet een deskundig persoon de explosieveiligheid van de hele installatie controleren (artikel 3.5e, onder i). Een goed gekozen ventilator vervangt die controle niet.
Veelgestelde vragen
Wat betekent II 2G op een ventilator?
De II staat voor equipment-groep II, de groep voor ruimten buiten de mijnbouw. De 2 is de categorie en de G betekent dat het gaat om explosieve atmosferen door gas, damp of nevel. Bij stof staat er een D. Een uitvoering met II 2G is bedoeld voor zone 1, en mag ook in zone 2.
Mag een ventilator van categorie 3 in zone 1?
Nee. Volgens het Arbobesluit (artikel 3.5e) vraagt zone 1 of 21 om categorie 1 of 2, en is categorie 3 alleen voldoende in zone 2 of 22. Het explosieveiligheidsdocument kan daar aanvullende eisen aan stellen.
Wie bepaalt in welke zone de ventilator komt?
De werkgever of gebruiker van de ruimte, op basis van de risico-inventarisatie, en hij legt dat vast in het explosieveiligheidsdocument. Als leverancier kunnen wij dat niet voor u invullen, omdat het volgt uit wat er in uw proces vrijkomt.
Is een ATEX ventilator voor gas ook geschikt voor stof?
Niet vanzelfsprekend. Gas en stof hebben een eigen letter (G of D) en eigen zones. Op onze datasheets staan beide apart vermeld, en bij sommige uitvoeringen staat stof alleen op aanvraag of helemaal niet. Controleer dus altijd beide.
Een ATEX ventilator uitzoeken met Lucht & Ventilatie
Heeft u de zone, de letter, het medium, het debiet en de systeemdruk op papier, dan is de selectie zelf snel gedaan. Leg de gegevens voor aan ons verkoopteam: met ruim 50 jaar ervaring in de luchttechniek in huis kijken wij verder dan een artikelnummer en denken wij mee over de hele lijn vanaf de luchtbehandelingskast of WTW-unit tot en met het inblaasrooster. Bekijk eerst het volledige aanbod ventilatoren, of bel ons op 085 130 48 20.



